2.6 De service

 

2.6.1 De service begint op het moment, dat de bal vrij op de open palm ligt van de onbeweeglijk gehouden vrije hand van de serveerder.

 

2.6.2 De serveerder moet vervolgens de bal nagenoeg loodrecht opgooien, zonder er effect aan te geven, zodanig dat deze minstens 16 cm omhoog komt nadat deze de palm van de vrije hand heeft verlaten en vervolgens daalt zonder iets te raken voordat deze wordt geslagen.

 

2.6.3 Als de bal dalend is moet de serveerder zodanig slaan, dat de bal eerst het eigen speelvlak raakt en daarna rechtstreeks het speelvlak van de ontvanger raakt; bij dubbelspelen dient de bal achtereenvolgens de rechter speelvlakken van de 5 serveerder en de ontvanger te raken.

 

2.6.4 Vanaf het begin van de service totdat de bal wordt geslagen, dient de bal zich boven de hoogte van het speelvlak en achter de eindlijn van de serveerder te bevinden en mag voor de ontvanger niet worden verborgen door de serveerder of de dubbelpartner of door iets dat ze dragen of vasthouden.

 

2.6.5 Zodra de bal is opgegooid, dienen de vrije arm en hand van de serveerder te worden weggehaald uit de ruimte tussen de bal en het net. De ruimte tussen de bal en het net wordt bepaald door de bal, het net en het verlengde van het net naar boven.

 

2.6.6 Het is de verantwoordelijkheid van de serveerder om zodanig te serveren dat de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter ervan overtuigd is dat de service volgens de regels wordt uitgevoerd en beiden mogen beslissen dat een service incorrect is.

 

2.6.6.1 Wanneer de scheidsrechter of de assistent-scheidsrechter niet zeker is dat een service correct is, kan hij, bij de eerste keer dat zich tijdens de wedstrijd een dergelijke situatie voordoet, het spel onderbreken en de serveerder waarschuwen; maar elke volgende service van de speler of zijn dubbelpartner die niet duidelijk correct is, zal als incorrect worden beschouwd.

 

2.6.7 Bij wijze van uitzondering mag de scheidsrechter van een strikte naleving van de voorgeschreven manier van serveren afzien, als hij er van overtuigd is dat nakoming van de regels door een lichamelijke handicap wordt verhinderd.